Posts tonen met het label symptomen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label symptomen. Alle posts tonen

woensdag 7 november 2018

Slaap apneu in ziekte van Machado-Joseph (SCA3)


Machado-Joseph disease (MJD) of spinocerebellaire ataxie type 3 (SCA3) is het meest voorkomende type van autosomaal dominante spinocerebellaire ataxie (SCA). Slaapstoornissen zijn beschreven als frequente niet-motorische symptomen bij MJD. Dit gaat duidelijk samen met een verslechtering van de kwaliteit van leven. Er zijn echter weinig studies die de frequentie en kenmerken van slaapapneu bij MJD hebben geëvalueerd.

Wat is slaapapneu?


Een ademstilstand tijdens de slaap wordt slaapapneu genoemd. Daar is niks mis mee als het niet te lang duurt en niet te vaak voorkomt. Doordat het lichaam dan te weinig zuurstof krijgt, zorgt het er zelf voor dat u het signaal krijgt om wakker te worden. Wanneer een apneu te vaak voorkomt, heeft dit tot gevolg dat uw slaap verstoord kan zijn waardoor gezondheidsklachten kunnen ontstaan.


Apneus kunnen optreden doordat uw spieren tijdens de slaap ontspannen, waardoor de tong en zachte delen in de keel de ademhaling blokkeren. Dit wordt een obstructief slaapapneu syndroom genoemd. 

Studie


Deze studie analyseerde hoe vaak slaapapneu voorkomt bij 47 patiënten met MJD middels een slaaponderzoek. Klinische variabelen zoals leeftijd, leeftijd bij aanvang van de symptomen, duur van de symptomen (op het moment van evaluatie), bodyindex-massa, ernst van de ataxie symptomen (SARA schaal) en CAG herhalingslengte werden vergeleken met bevindingen van het slaaponderzoek.


Vierendertig procent van de MJD-patiënten had obstructief slaapapneu syndroom en 42,5% was overmatig slaperig overdag. Er waren geen verschillen met betrekking tot de ernst van ataxie, CAG-herhalingslengte of andere klinische variabelen. 

Conclusie 


Patiënten met MJD hebben een hoge frequentie van obstructieve slaapapneu en deze slaapstoornis is niet gecorreleerd aan de ernst van ataxie, CAG-herhalingslengte of andere klinische variabelen.

-----------------------------------------------------------------------------------------

zondag 8 januari 2017

SCA2 en SCA10: meer dan een coïncidentie?



In de literatuur zijn een aantal artikelen verschenen die patiënten beschrijven die zowel de diagnose SCA2 als SCA10 hebben.

De grote vraag is nu: is dit toeval of niet?

Eén artikel beschrijft een Mexicaanse man van 54 jaar geboren in Amerika. Hij vertoont al 11 jaar ataxie symptomen. Deze patiënt heeft mutaties in zowel het SCA2 gen als het SCA10 gen. De patiënt vertoont de algemene symptomen van ataxie zoals bewegingsstoornissen, problemen met het evenwicht, problemen met spraak, problemen met de gevoelszenuwen en iets verminderde cognitie. Maar hij vertoont ook symptomen die specifiek zijn voor SCA2 zoals spierspasmen, krampen en verminderde reflexen. Terwijl hij ook leidt aan stuipen die vaker bij SCA10 voorkomen. De ataxie is overgedragen via de moeder. Meerdere van zijn familieleden hebben de diagnose van ataxie. Stuipen  zijn alleen bij de patiënt beschreven. Omdat de familieleden ver weg wonen was het niet mogelijk om hen te onderzoeken. Zijn voorouders komen uit Frankrijk.

Een ander artikel beschrijft een Boliviaanse man van 39 jaar. Hij heeft al 13 jaar ataxie symptomen. Zowel het SCA2 gen als het SCA10 gen vertonen mutaties. De ataxie is overgedragen via de moeder. De overgrootmoeder kwam oorspronkelijk uit Duitsland. In vorige generaties kwam ook ataxie voor maar zonder stuipen.

De aanwezigheid van meer dan één SCA mutatie in een enkel individu is zeldzaam. Al zijn er meer gevallen beschreven:

  • SCA8 kan samen voorkomen met SCA1, SCA3 of SCA6.
  • SCA3 en SCA17 kunnen samen voorkomen.
  • SCA2 en SCA10 kunnen samen voorkomen. 





--------------------------------------------------------------------

Two in One: Report of a Patient With Spinocerebellar Ataxia Types 2 and 10, Sachin S. Kapur, MD; Jennifer G. Goldman, MD, MS, Arch Neurol. 2012;69(9):1200-1203. doi:10.1001/archneurol.2011.3044

Spinocerebellar Ataxia Types 2 and 10: More Than a Coincidental Association?, Jose Fidel Baizabal-Carvallo, MD, MSc; Joseph Jankovic, MD, Arch Neurol. 2012;69(11):1524-1525. doi:10.1001/archneurol.2012.2281










zondag 5 juni 2016

SCA36 en dystonie symptomen




In 2011 zijn de eerste patienten met SCA36 beschreven in Japan. Ook in Spanje komt SCA36 voor. 


SCA36 wordt veroorzaakt door een verlenging in het DNA van de combinatie “GGCCTG”. Bij patiënten met SCA36 is de verlenging van dit stukje DNA 650 maal. Gezonde mensen hebben deze combinatie tussen de vijf en veertien maal.


SCA36 begint op een relatief late leeftijd en ontwikkelt zich langzaam. SCA36 wordt gekenmerkt door gehoorverlies, afname van de spieren en afname van het aantal zenuwen. Vooral de zenuwen in de tong zijn aangedaan. Vaak is er een verminderde cognitie (denkvermogen). 


In Japan zijn er nu twee SCA36 patienten beschreven met cervicale dystonie. Cervicale dystonie houdt in dat de halsspieren aangetast zijn en dat het hoofd overhelt naar links, naar rechts, naar voren of naar achteren. Tevens maakt het hoofd schokkende bewegingen. 









Het zou altijd kunnen dat beide SCA36 patiënten ook nog de zeldzame ziekte dystonie hebben. Aangezien de aandoening SCA36 zeer zeldzaam is en de aandoening dystonie relatief zeldzaam is, veronderstellen de auteurs dat dystonie een gevolg is van SCA36.



----------------------------------------------------------------
Spinocerebellar ataxia 36 accompanied by cervical dystonia, Letter to the Editor, Journal of Neurological Sciences, 2015, July 10, pii: S0022-510X(15)00433-5. doi: 10.1016/j.jns.2015.07.012.




maandag 23 mei 2016

SCA5 - verslechtering van motorische coördinatie


Dr. Mandy Jackson leidt een onderzoeksgroep aan de universiteit van Edinburgh. Samen met haar onderzoeksgroep heeft zij onderzocht of het mogelijk is om bij SCA5 patiënten de coördinatie te verbeteren door het eiwit wat veranderd is door de aandoening toe te dienen.


Bij SCA5 patiënten is het ß-III spectrin eiwit veranderd door de aandoening. Men neemt aan dat de patiënt moeite heeft met het coördineren van de bewegingen door de verandering van dit eiwit. 







Onderzoekers hebben gekeken bij muizen of toediening van het ß-III spectrin eiwit in de hersenen misschien de motorische coördinatie zou kunnen herstellen. Er werd gevonden dat door het toedienen van dit speciale eiwit de activiteit van de Purkinje cellen toeneem. Purkinje cellen zijn een speciaal type zenuwcellen in de kleine hersenen die verantwoordelijk zijn voor de coördinatie van bewegingen. Ondanks de toename van de activiteit van de Purkinje cellen kon dit eiwit niet voorkomen dat de zenuwcellen afstierven en dat de coördinatie van de spieren afnam.


Een verklaring waarom de het toedienen van het eiwit niet helpt is dat de problemen al te lang geleden begonnen zijn en dat het proces op dat moment al onomkeerbaar is. Daarom is het zeer belangrijk om in de toekomst bij het gebruik van therapeutische strategieën zoals gentherapie rekening te houden met tijdstip van de aanvang van de therapie. De therapie moet dus starten ver voordat de ziekte zich openbaart.

--------------------------------------------------------------------------------------------
Dit onderzoek werd mogelijk gemaakt door een genereuze donatie van de RS MacDonald Charitable Trust.



maandag 26 oktober 2015

Hersenstichting pleit voor "hersenbreed" onderzoek



Hersenaandoeningen hebben veel meer met elkaar gemeen dan lange tijd werd gedacht. De symptomen zijn vaak hetzelfde en de onderliggende mechanismen in de hersenen vertonen veel overeenkomsten. De focus van wetenschappelijk onderzoek zou meer op deze gemeenschappelijke mechanismen en klachten moeten liggen, meent de Hersenstichting. Zo kunnen we meer bereiken voor méér mensen met uiteenlopende hersenaandoeningen. De Hersenstichting start a.s. donderdag een nieuwe mediacampagne met deze boodschap.


Dat hersenaandoeningen veel met elkaar gemeen hebben blijkt ook uit de klachten die elkaar voor een groot deel overlappen. Om te beginnen nemen de sociale interacties af. Ook gaan mensen vaak minder bewegen en neemt hun mentale flexibiliteit, humor en denkvermogen af. Moeheid en sombere stemmingen komen bij vrijwel alle hersenaandoeningen voor. Deze algemene klachten geven de patiënt vaak meer hinder dan de kenmerkende klachten van een specifieke aandoening. Die overeenkomst in klachten is niet zo verbazend, want deze aandoeningen treffen immers allemaal hetzelfde brein.



Esther Hosli, hoofd afdeling Hersenaandoeningen van de Hersenstichting: ‘We gaan het onderzoek dat we mogelijk maken, mede beoordelen op het aspect ‘hersenbreed'. Onze investeringen kunnen dan meer kennis en betere behandelingen opleveren voor verschillende hersenaandoeningen. We kunnen daardoor méér betekenen voor méér mensen! Door deze ‘hersenbrede' aanpak denkt de Hersenstichting sneller betere resultaten te kunnen bereiken voor uiteenlopende aandoeningen. Ook wil de Hersenstichting de uitwisseling van kennis over uiteenlopende hersenziekten tussen onderzoekers bevorderen.'







In de nieuwe campagne van Hersenstichting roept ambassadeur Jan Mulder het publiek op om te doneren voor realisatie van deze nieuwe ambities: ‘Een beter begrip, sneller herstel en uiteraard volledige genezing van hersenaandoeningen. Met uw gift kunnen we leren begrijpen hoe de hersenen werken. Want hoe meer we van de hersenen begrijpen, hoe beter we ze gezond kunnen houden.'

De Hersenstichting zet alles op alles om hersenen gezond te houden, hersenaandoeningen te genezen en patiëntenzorg te verbeteren. Om dit te bereiken laten we onderzoek doen, geven we voorlichting en voeren we vernieuwende projecten uit.

-------------------------------------------------------------------------------------
Website Hersenstichting 13 oktober 2015