Posts tonen met het label SCA6. Alle posts tonen
Posts tonen met het label SCA6. Alle posts tonen

zaterdag 15 juni 2019

Wetenschappelijk onderzoek naar ataxie


De Mayo Clinic in Amerika doet onderzoek naar ataxie en voornamelijk de vorm die veroorzaakt wordt door extra herhalingen in het DNA (nucleotide herhalingen). 

Er wordt veel onderzoek gedaan naar de genetische aanleg van ataxie. Sommige erfelijke vormen van ataxie worden veroorzaakt door een extra herhaling van een aantal aminozuren (bouwblok van eiwitten). Helaas is er tot nu toe nog geen behandeling ontdekt. 







De studie richt zich op ataxie patiënten en hun familieleden met het extra stukje DNA. De deelnemers zullen klinisch onderzocht worden. Verder zal er lichaamsmateriaal van de deelnemers verzameld worden en opgeslagen worden in een biobank.  

Alle gegevens zullen geanalyseerd worden. Hierdoor zal de klinische, genetische en pathologische kennis van ataxie verbeterd worden. En misschien zal er een behandeling voor deze vorm van ataxie gevonden worden. 

Wat houdt het onderzoek in voor de deelnemers?

1.    Er zal een gesprek gehouden worden met de deelnemers over hun medisch verleden en hun familie geschiedenis. 
2.    De deelnemers zullen een klinisch onderzoek ondergaan.
3.    De deelnemers wordt gevraagd om een bloedstaal af te geven en eventueel ook een beetje urine, ontlasting, stukje huid en/of  hersenvocht via een lumbaal punctie (via het ruggenmerg).

Wie kan deelnemen?

Iedereen die de diagnose ataxie heeft of een aandoening met een extra herhaling in het DNA (met uitzondering van de ziekte van Huntington) kan deelnemen aan de studie. Ook familieleden die geen symptomen vertonen kunnen deelnemen. Meerdere deelnemers uit één familie wordt op prijst gesteld.


Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met het Neuroscience Research Center op
+1 904-953-6096.






vrijdag 17 maart 2017

DNA repair mechanism in the modulation of age onset of ataxia

A genetic study looking at the DNA repair mechanism in the modulation of age onset in a range of ataxias


Several spinocerebellar ataxias (SCAs), known as polyglutamine diseases, are caused by an expansion in the genes which cause the ataxia. In this group of SCAs the gene is extended because of extra copies of a series of nucleotides (identified by the letters CAG).

It has been known for some time that longer coding CAG repeat expansions are associated with earlier disease onset. However, the difference in age at onset is not always accounted for by CAG repeat length in the DNA, which implies the existence of additional modifying factors.

A study investigating genetic modifiers in Huntington’s disease (another polyglutamine disease caused by a similar genetic defect as these SCAs) has led to the identification of genes (acting in the DNA repair pathways) that can predispose for an earlier appearance of symptoms.

The research team at UCL has followed up this finding by looking at an independent cohort of polyglutamine diseases, including SCAs 1, 2, 3, 6, 7 and 17, and have confirmed the association of DNA repair genes with the age of onset in SCAs. With this current project, they plan to understand in more detail the molecular mechanisms behind it, with the eventual aim of finding ways of modifying the system and developing treatments.

The research team at UCL also plan to expand these findings to other ataxias (including Friedreich’s ataxia, SCA8 and SCA12). Another part of the project involves working on a large number
of samples from people with unidentified ataxias. As mutations in DNA repair genes are causal in some ataxias, the research team will see whether the cause of the ataxia in these patients involves the DNA repair genes.

This may lead to the identification of new genes which cause ataxia and thus specific diagnoses for patients. This project will be run by a PhD student under the co-supervision of Dr Bettencourt and Prof Henry Houlden at the Institute of Neurology and Dr Paola Giunti at the London Ataxia Specialist Centre, located in the same institute at UCL.

--------------------------------------------------------------------------------
Newsletter Ataxia UK, issue 197, spring 2017, page 6.

DNA reparatie mechanisme en startleeftijd ataxie




Een aantal soorten spinocerebellaire ataxie (SCA) worden veroorzaakt door een extra stukje DNA. De afwijking bestaat uit een extra herhaling van drie bouwstenen van het DNA, namelijk de bouwstenen cytosine, adenine en guanine (afgekort CAG). Deze ataxie soorten worden PolyQ aandoeningen genoemd. SCA1, 2, 3, 6, 7 en 17 behoren hier toe.

Het is al enige tijd bekend dat hoe langer de CAG herhaling is, hoe eerder de ziekte zich zal openbaren. Maar toch klopt dit niet altijd. Er moeten dus nog andere factoren zijn die invloed hebben op het ontstaan van de aandoening. In het plaatje hieronder (D) is goed te zien dat bij een CAG herhaling van 23 de leeftijd waarop de symptomen ontstaan varieert van onder de 40 jaar tot boven de zestig jaar. 








Onderzoek bij een andere PolyQ aandoening (Ziekte van Huntington) heeft genen geïdentificeerd die mogelijk een rol spelen bij het eerder ontstaan van symptomen. De genen die hiervoor verantwoordelijk zijn hebben een rol in de reparatie van DNA. Het onderzoeksteam van UCL (University College London), neurologie instituut, heeft deze genen ook gevonden bij andere PolyQ aandoeningen waaronder ataxie.

Het team gaat nu onderzoeken wat het precieze mechanisme is van DNA reparatie en hoe de kennis gebruikt kan worden om behandeling van ataxie te ontwikkelen.
Daarnaast zal het team ook andere soorten ataxie (SCA8 en SCA12) bestuderen. Het onderzoek zal zich verder richten op patiënten waarvan de precieze diagnose nog niet gesteld is. Ook bij hen zal gekeken worden of er een afwijking te vinden is het het gen dat DNA repareert. Misschien is de oorzaak van ataxie een mutatie in het DNA reparatie gen.

--------------------------------------------------------------
Onderzoek gefinancierd door Ataxia UK.














donderdag 2 februari 2017

Difficulty in swallowing in SCA6



Spinocerebellar ataxia type 6 (SCA6) is characterized by adult-onset, slowly progressive cerebellar ataxia. Initial symptoms are gait unsteadiness, stumbling, and imbalance. Problems with swallowing and choking are common.

Problems with swallowing (dysphagia) are generally milder in SCA6 patients than in other ataxias like SCA3.

To determine the abnormalities in the pharyngeal phase in fourteen SCA6 patients, swallow exams (videofluoroscopic examinations) were repeatedly performed. A video fluoroscopic swallowing exam uses a form of real-time x-ray called fluoroscopy to evaluate a patient’s ability to swallow safely and effectively.






The results showed that the gross progression of dysphagia was apparently slow.

But four patients had progressive dysphagia at an early disease stage; dysphagia began within 10 years from the onset of ataxia and rapidly progressed.

A common clinical feature of the four patients was a significantly older age at the onset of ataxia (74 years old), associated with significantly shorter DNA extension. The other patients experienced their first symptoms at the age of 60.

This finding surprisingly indicated that patients who had shorter repeats (DNA extension) and thereby later onset and potentially better prognoses were at risk for dysphagia-associated problems.



------------------------------------------------------------------------
Isono, C., Hirano, M., Sakamoto, H. et al. Dysphagia (2017). doi:10.1007/s00455-016-9771-1


















Slikproblemen bij SCA6


SCA6 is een type dominant erfelijke ataxie dat op een relatief late leeftijd begint, meestal rond het 50ste of 60ste levensjaar. Niet alleen de fijne motoriek is aangedaan maar patiënten kunnen ook problemen krijgen met slikken. Dit wordt ook wel dysfagie genoemd.

De slikproblemen zijn over het algemeen milder bij SCA6 patiënten dan bij andere SCAs (zoals SCA3). 

Om een beter inzicht te krijgen in wat er nu allemaal mis gaat tijdens het slikken hebben veertien SCA6 patiënten een slikvideo ondergaan. De slikvideo (of videofluoroscopie) is een onderzoek waarbij er door middel van een röntgen-opname een beeld gekregen kan worden van de bewegingen in de mond-keelholte en de slokdarm. Er ontstaat een videobeeld terwijl de slikactiviteit wordt uitgevoerd.








Over het algemeen kon geconcludeerd worden dat de verergering van de slikproblemen langzaam was.


Vier patiënten hadden al in het begin van hun aandoening slikproblemen. Dit was al binnen tien jaar nadat de eerste symptomen van ataxie optraden. De verergering van de slikproblemen was bij deze vier patiënten relatief snel.


De overeenkomst tussen deze vier patiënten is dat de symptomen van SCA6 relatief laat optraden namelijk rond hun 74ste jaar. Deze vier patiënten hadden allen ook een relatief korte DNA verlenging. De andere patiënten kregen hun eerste symptomen rond hun 60ste levensjaar.


Dit is een verrassende bevinding. Een korte DNA verlenging gaat samen met een later begin van de aandoening en met een betere prognose van de aandoening. Nu blijkt dat deze patiënten een grotere kans hebben op slikproblemen.

--------------------------------------------------------------------------------
Isono, C., Hirano, M., Sakamoto, H. et al. Dysphagia (2017). doi:10.1007/s00455-016-9771-1

























dinsdag 27 december 2016

Eerste ataxie patiënten doen mee met klinische studie



BioHaven Pharmaceuticals is begonnen met een klinische studie voor cerebellaire ataxie patiënten om de werkzaamheid van hun middel BHV-5147 te testen.

BHV-4157 is een nieuwe chemische stof die het glutamaat in de hersenen regelt. Glutamaat is één van de belangrijkste stoffen in de hersenen die de overdracht van zenuwsignalen tussen de zenuwen regelt.






De studie is een fase 2b/3 studie. In fase 2 wordt de optimale dosis van het geneesmiddel bepaald. In fase 3 wordt de werkzaamheid van het geneesmiddel bestudeerd. De studie wordt in meerdere locaties in de USA uitgevoerd. Er zullen ongeveer 120 SCA patiënten meedoen. Een deel van de patiënten zal een placebo (nepgeneesmiddel) krijgen. Zowel de arts, onderzoeker als de patiënt zelf weten niet of een deelnemer het geneesmiddel krijgt of het nepmedicijn. Op deze manier kan de werking van het geneesmiddel zo eerlijk mogelijk bestudeerd worden.

De studie bestudeert of BHV-4157 de SARA score (Scale for Assessment and Rating of Ataxia) na 8 weken medicijn gebruik zal beïnvloeden. Verder wordt er ook gekeken of de tijd die de patiënt nodig heeft om 8 meter te lopen verandert na 8 weken BHV gebruik. 

De volgende patiënten kunnen meedoen in een van de centra in de USA: patiënten met de diagnose SCA1, SCA2, SCA3, SCA6, SCA7, SCA8 of SCA10. De leeftijd van de deelnemers moet tussen de 18 en 75 liggen. Verder moeten de kandidaten nog 8 meter kunnen lopen. Krukken en andere hulpmiddelen zijn toegestaan. De SARA score moet tussen de 8 en 30 liggen.

De verwachting is dat de studie afgerond zal zijn in augustus 2017.


-----------------------------------

RareDiseaseReport online, 22 december 2016

BioHaven - weesgeneesmiddelen status










donderdag 15 december 2016

Nieuwe techniek om SCA6 te voorkomen in muizen



Neurowetenschappers van de universiteit van Chicago bestuderen de mutatie in het gen dat spinocerebellaire ataxie type 6 (SCA6) veroorzaakt. SCA6 is een vorm van ataxie die zich gedurende het volwassen leven (rond de 50 jaar) manifesteert. Een belangrijk kenmerk van SCA6 is het langzaam verslechteren van het evenwicht en het vermogen om bewegingen gecoördineerd uit te voeren. Ook de spraak raakt aangetast.

SCA6 wordt veroorzaakt door een mutatie in het CACNA1A gen. Dit gen levert de code voor het eiwit van een calcium kanaal dat nodig is voor het functioneren van zenuwcellen. Maar het team van Dr. Gomez ontdekte dat dit zelfde gen ook nog de code levert voor een ander eiwit, α1ACT, dat kan leiden tot SCA6.  












De wetenschappers hebben een techniek ontwikkeld om het eiwit wat de ziekte veroorzaakt te blokkeren zonder het andere eiwit te beïnvloeden. Deze techniek is alleen nog toegepast in muismodellen. Op deze manier kan SCA6 voorkomen worden. 

Eenvoudig uitgelegd komt de techniek erop neer dat er een aangepast virus wordt gebruikt om een klein stukje RNA in de cel te krijgen. Dit kleine stukje RNA blokkeert dan de mutatie zodat er geen verkeerd eiwit wordt aangemaakt. Op deze manier wordt SCA6 voorkomen. 


----------------------------------------------------------------------------------------
13 juli 2016, uchospitals.edu



zaterdag 20 augustus 2016

Onderzoek veranderingen looppatroon bij SCA6 patiënten



De Sheffield Universiteit in Engeland gaat een onderzoek starten om beter te begrijpen wat er precies verandert bij  het lopen van patiënten met ataxie gedurende de aandoening.

Hieronder is de oproep die de ataxie vereniging in Engeland heeft gedaan om patiënten te werven om mee te doen aan het onderzoek in Sheffield (Engeland).

Onderzoek


Er wordt een techniek gebruikt om het lopen te analyseren. Op deze manier hoopt men veranderingen te zien in de manier waarop ataxie patiënten lopen en een beter inzicht te krijgen in de problemen met lopen.










Wie kan meedoen? 


Ataxie patiënten met de diagnose SCA6 of met de diagnose SPG7.
Verder is het belangrijk dat de deelnemers nog 10 meter zelfstandig kunnen lopen zonder hulpmiddelen.

Wat houdt het onderzoek in? 


Deelnemers wordt gevraagd om een aantal vragen te beantwoorden. De vragen gaan over de invloed van de aandoening op de deelnemer.

Vervolgens is het de bedoeling dat de deelnemer langs twee rijen met sensoren loopt. De sensoren verzamelen informatie hoe de deelnemer loopt. Bijvoorbeeld de lengte van een stap.

Deze test zal na 12 en 24 maanden herhaald worden.


Resultaat


Met dit onderzoek wordt het misschien mogelijk om inzicht te krijgen  in wat er nu precies verandert bij het looppatroon van ataxie patiënten. 








maandag 15 augustus 2016

SCA6 onderzoek Erasmus MC - update juli 2016



Op 26 juli 2016 heeft het Erasmus MC een informatiebrief gestuurd naar de deelnemers van PRESCA en SCA6 onderzoeken van het Erasmus MC. Hieronder is een samenvatting te vinden.


Eerdere informatie over de onderzoeken heb ik beschreven in de volgende artikelen:


Stand van zaken



Wij zijn blij u te kunnen melden dat het goed gaat met Jessica Willems, met wie u in het verleden mogelijk contact mee heeft gehad. Sinds 1 oktober 2015 is zij bezig aan haar opleiding tot anesthesist. Het lopende onderzoek waarbij zij betrokken was is na de analyse van de laatste meetgegevens tijdelijk stilgezet, omdat het jaarlijks herhalen van de metingen weinig nieuwe informatie bleek op te leveren. In tegenstelling tot het oorspronkelijke plan om gedurende 10 jaar ieder jaar metingen te doen, is er toen besloten om alleen nog metingen te doen die nuttige gegevens zouden opleveren.



Wat heeft het onderzoek tot nu toe opgeleverd en wat wordt er op dit moment gedaan?




Uiteraard wilt u graag weten wat het onderzoek tot nu toe heeft opgeleverd. Mogelijk heeft u in het verleden deelgenomen aan de testen waarbij Samuel Picard en/of Robin Broersen betrokken waren. Inmiddels is de verwerking en interpretatie van de meetgegevens afgerond en is er kortgeleden een artikel verstuurd naar Plos ONE, een vakblad voor publicatie. Het volledige artikel zal na publicatie te vinden zijn op de website van dit vakblad.

Tevens is er bij sommigen van u een andere test afgenomen waarbij u filmpjes van een arm zag die een gewicht optilt en u werd gevraagd in welke van de filmpjes een zwaarder gewicht werd opgetild. In de afgelopen periode hebben wij enkelen van u benaderd voor extra testen met behulp van apparatuur die uw oogbewegingen meet, zodat we konden vaststellen waar op het scherm u keek tijdens deze test. Met betrekking tot deze testen zitten we nu nog in het stadium van analyseren, vergelijken en interpreteren. Zodra er ontwikkelingen zijn in dit onderzoek zullen we u hierover berichten.


Bij wie kan ik terecht?




Wij realiseren ons dat de informatievoorziening de afgelopen periode onvoldoende is geweest, waarvoor wij onze welgemeende excuses aanbieden. Om dit in de toekomst beter te laten verlopen hebben wij een emailadres opengesteld waar u ten alle tijde terecht kunt met vragen en opmerkingen: sca6onderzoek@neurasmus.nl. U kunt hier ook terecht voor adreswijzigingen en andere praktische zaken. Daarnaast zullen wij u via dit emailadres bij belangrijke ontwikkelingen in het onderzoek op de hoogte stellen.



Tot slot




Wij willen u veel sterkte toewensen in uw omgang met SCA6. We hopen dat we u in de toekomst mogen benaderen voor deelname of informatie, zodat we door middel van het verzamelen van meetgegevens de lopende onderzoeken naar tevredenheid kunnen afronden. Verder willen we u de komende periode mooie en zonnige zomermaanden toewensen.



Namens het SCA6 onderzoeksteam,

Drs. Robin Broersen
Prof. Dr. Chris de Zeeuw


maandag 15 februari 2016

SCA in Turkije



In Zuid Turkije zijn 159 patiënten met de diagnose spinocerebellaire ataxie (SCA) onderzocht. Er is gekeken naar het type ataxie, de grootte van het verlengde stukje DNA en de klinische eigenschappen.



Het gebied ligt in de hoek van de Middellandse zee bij de grens met Syrië. 



Er is onderzocht of de 159 patiënten met de diagnose SCA een meer precieze diagnose konden krijgen. Er is gezocht naar één van de volgende zes types ataxie namelijk SCA1, SCA2, SCA3, SCA6, SCA7 en SCA17. De andere soorten zijn buiten beschouwing gelaten.

Alleen de types SCA1, SCA3, SCA7 en SCA17 werden gevonden. Er waren geen patiënten met de diagnose SCA2 en SCA6. Types SCA1 en SCA17 kwamen relatief vaker voor dan de types SCA3 en SCA7. De gegevens over het type SCA, de beginleeftijd en de lichamelijke klachten zijn samengevat in de tabel hieronder.


                    Patiënten        Frequentie       Beginleeftijd         Klacht
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
SCA1              7                     4,4%                  7 - 40                  Loopproblemen
SCA2              0                       -                          -                       -
SCA3              1                     0,6%                    12                     Coördinatie
SCA6              0                       -                           -                      -
SCA7              1                     0,6%                      3                     Gezichtsverlies
SCA17            6                     3,8%                   1 - 36                 Coördinatie


In de studie werd ook aangetoond dat het verloop van de ziekte afhangt van de leeftijd waarop de symptomen duidelijk worden. Hoe eerder de ziekte begint hoe sneller de ziekte zal verlopen.

SCA's die op een hele jonge leeftijd beginnen zijn meestal overgeërfd via de vader.



------------------------------------------------------------------------
Turk J Med Sci. 2015;45(6):1228-33, Mutation analysis of 6 spinocerebellar ataxia (SCA) types in patients from southern Turkey, Pazarci P, Kasap H, Koç AF, Altunbaşak S, Erkoç MA.




















dinsdag 8 december 2015

SCA6 en afsterven van zenuwcellen


SCA6 is een autosomale dominante cerebellaire aandoening van het zenuwstelsel waarbij in de loop der jaren zenuwcellen afsterven. De zenuwcellen die aangedaan zijn, zijn voornamelijk Purkinje cellen. Het kenmerk van Purkinje cellen is dat zij zich enorm vertakken. Die vertakkingen geven het elektrisch signaal door aan andere zenuwcellen.




Tekening van Purkinje cel door  Ramon Y Cajal in 1899.



Gemiddeld merken patiënten rond hun 50e levensjaar de eerste symptomen. Maar dit kan enorm variëren van de tiener jaren tot op hoge leeftijd. 


Onderzoek bij muizen met SCA6 toont aan dat zij in hun eerste 6 maanden van hun leven geen SCA6 verschijnselen hadden. Die verschijnselen traden pas op op de leeftijd van 7 maanden. De leeftijd van 7 maanden van de muis komt overeen met ongeveer 50 jaar bij de mens. Op de leeftijd van 7 maanden kon er nog geen verlies van Purkinje cellen aangetoond worden. Dit werd pas duidelijk op de leeftijd van 2 jaar bij de muis. 

Relevantie


Bij SCA6 muizen is er nauwkeurig nagegaan wanneer de symptomen van ataxie beginnen door een aantal gedragstesten. Uit de testen werd duidelijk dat de eerste symptomen beginnen op de leeftijd van tussen de 6 en 7 maanden bij de muis. Dit komt neer op de leeftijd van 50 jaar van de mens. 

Degeneratie en aantasting van de Purkinje cellen werd pas gevonden bij 2 jaar oude muizen, ongeveer anderhalf jaar na het optreden van de eerste symptomen. 

Dit toont aan dat het verlies aan Purkinje cellen niet de reden is van de eerste ataxie symptomen.




----------------------------------
Sriram Jayabal et al., Rapid onset of motor deficits in a mouse model of spinocerebellar ataxia type 6 precedes late cerebellar degeneration, DOI: 10.1523/ENEURO.0094-15.2015 





woensdag 8 juli 2015

Wat gaat er fout bij SCA6?




Een belangrijk kenmerk van SCA6 is het langzaam verslechteren van het evenwicht en het vermogen om bewegingen gecoördineerd uit te voeren. Dit wordt veroorzaakt door het steeds slechter functioneren van de kleine hersenen. 

De oorzaak van het steeds slechter functioneren van de kleine hersenen is een verlengd stukje in het DNA in een bepaald gen (CACNA1A gen). Dit gen is verantwoordelijk voor het samenstellen van twee eiwitten.

  • Eén van de eiwitten is betrokken bij de vorming van een calcium kanaal in de celwand. Dit kanaal is belangrijk voor het overbrengen van een zenuwsignaal. 
  • Het andere eiwit heeft een functie bij het reguleren van de ontwikkeling van een speciaal type zenuwcel van de kleine hersenen, Purkinje cellen genoemd.

Onderzoek bij muizen heeft aangetoond dat het "verlengde" DNA (bijna) geen invloed heeft op het functioneren van de calcium kanalen. 

Het "verlengde" DNA heeft wel duidelijk een effect op het reguleren van Purkinje cellen. De cellen reageren onregelmatig op prikkeling. Ook is er bij muizen een vermindering van het aantal Purkinje cellen te zien. Dit heeft tot gevolg dat de kleine hersenen verschrompelen.




Bovenste twee grafieken: gezonde Purkinje cellen, regelmatig patroon.
Onderste twee grafieken: Purkinje cellen met een verlengd stuk DNA
en onregelmatig patroon.




Onderzoek bij muizen heeft aangetoond dat niet beide soorten eiwitten nodig zijn voor het ontstaan van ataxie. Het eiwit dat de Purkinje cellen reguleert is voornamelijk verantwoordelijk voor het ontstaan van ataxie. Dit mechanisme moet nog verder onderzocht worden. Zorgt de verminderde regulatie van de Purkinje cellen voor onregelmatig reageren op elektrische prikkels? Of zorgt het veranderde eiwit voor verstoorde binding aan andere eiwitten?




--------------------------------------------------------------------------------------------------------

Polyglutamine Expansion in P/Q Channel C Terminus Disrupts Cerebellar Plasticity, Melanie D. Mark, Martin Krause, Henk-Jan Boele, Wolfgang Kruse, Stefan Pollok, et al., The Jounal of Neuroscience, 10 June 2015, 35(23): i;

zaterdag 6 juni 2015

Kurkuma en ataxie


Kurkuma is een geel kruid met een mild bittere smaak. Het wordt gewonnen uit de wortel van de plant curcuma longa. Kurkuma wordt ook wel koenjit of geelwortel genoemd. Het komt oorspronkelijk uit het zuiden van India en Indonesië. Kurkuma wordt gebruikt als specerij in de Indiase keuken en is hét ingrediënt in gele curry.


In India wordt kurkuma al meer dan 4000 jaar gebruikt als geneesmiddel om van alles te behandelen zoals wonden, infecties, maag- en darmpijn, reuma en leveraandoeningen.




Inmiddels is er in de Westerse wereld veel onderzoek gedaan naar het effect van kurkuma op de gezondheid.



Bewezen is dat kurkuma een ontstekingsremmende werking heeft, dat kurkuma het risico verlaagt op hartziekten door een gunstige werking op de wanden van de bloedvaten, dat kurkuma een sterke antioxidant is die beschermt tegen mogelijke DNA schade, mogelijk een gunstige werking bij kanker en Alzheimer.

Bij de ziekte van Parkinson treedt klontering van eiwitten in de cellen op. Onderzoek bij de ziekte van Parkinson heeft aangetoond dat kurkuma het klonteren van eiwitten in de cellen vermindert. Het onderzoek toonde ook aan dat hoe langzamer een eiwit zich vormt hoe groter de kans is dat er een fout optreedt bij het samenstellen van het eiwit. Kurkuma stopt niet alleen het proces van klonteren van de eiwitten in een cel maar zorgt er ook voor dat het proces van samenstellen van het eiwit sneller verloopt waardoor de kans op klontering verkleint.

Bij de polyQ varianten van ataxie (SCA1, SCA2, SCA3, SCA6, SCA7 en SCA17) speelt klontering van eiwitten in de hersencellen een grote rol. Door de klonters sterven de cellen af. Ook bij ataxie neemt men aan dat kurkuma het proces van klontering stopt en de kans op klontering verkleint.

Dit is een veelbelovende ontwikkeling. Maar het is moeilijk om kurkuma in voldoende concentratie in de hersencellen te krijgen. Onderzoek met een speciale variant van kurkuma van het bedrijf Longvida wijst op positieve effecten op het verloop van neurodegeneratieve ziekten en opent de weg naar de ontwikkeling van nieuwe behandelingen van ziektes veroorzaakt door eiwitklontering.

Het preparaat is in Amerika op de markt – longvida optimized curcumin – dat de bloed-hersen-barrière passeert zodat het zijn werk in de hersencellen kan doen. Hopelijk zal er een trial met dit preparaat opgezet worden.

Curcuma kan besteld worden in België via www.optim-curcuma.com/nl/.
Lezers van deze blog kunnen de kortingscode "kurkuma" gebruiken voor 10% korting.







NIET VOOR PATIËNTEN MET BLOEDPLAATJES/STOLLINGSPROBLEMEN.

NIET BIJ MAAG/DARM KLACHTEN

-------------------------------------------------------------------------------------


http://authoritynutrition.com/top-10-evidence-based-health-benefits-of-turmeric/
http://msutoday.msu.edu/news/2012/curcumin-shows-promise-in-attacking-parkinson/
http://longvida.com/selected-data/

 

maandag 4 mei 2015

OPROEP: Onderzoek effect looptraining op hersenen



Onderzoek naar compensatie mechanisme in symptomatische dragers van het SCA gen


Wie kan er meedoen? 


Als u een aangetoonde mutatie in het SCA-1, -2, -3 of -6 gen heeft en als u symptomen heeft van deze mutatie maar nog instaat bent om zonder hulpmiddelen te lopen, dan kunt u meedoen. Op dit moment wordt er vooral gezocht naar vrouwen. Mannen mogen zich ook aanmelden maar dan komen zij op een wachtlijst.

Daarnaast zijn we ook op zoek naar gezonde proefpersonen (personen zonder neurologische aandoeningen) tussen de 30 en 70 jaar. Voor deze controle groep zijn we juist voornamelijk opzoek naar mannen. De controle groep kan bestaan uit gezonde partners van SCA-patiënten. De patiënten en de gezonde controles doorlopen beide dezelfde metingen en trainingen.


Achtergrond van het onderzoek


Spinocerebellaire ataxie (SCA) is een erfelijke ziekte van de kleine hersenen die van generatie op generatie kan overerven. De belangrijkste verschijnselen zijn progressieve coördinatie-stoornissen, die tot uiting komen in het lopen, het spreken, de armbewegingen en de oogbewegingen. Tot op heden is er nog geen behandeling. Uit eerder onderzoek is gebleken dat looptraining positieve effecten kan hebben op de loopfunctie bij mensen met SCA. Wij willen met dit onderzoek achterhalen welke compensatiemechanismen de hersenen toepassen om de loopfunctie, door deze training, te verbeteren. Dit helpt ons bij het zoeken naar manieren om die compensatie te stimuleren als vorm van behandeling.








Wat houdt meedoen in?


Als u aangeeft geïnteresseerd te zijn in deelname, sturen wij u meer informatie toe. Als u wilt meedoen, krijgt u eerst een screening. Bent u geschikt, dan krijgt u een uitnodiging voor deelname. Het onderzoek bestaat uit metingen voor en na de training en een looptraining. De metingen voor en na de training bestaan uit een serie van looptesten en Magnetic Resonance Imaging (MRI) scans. De training op de loopband bestaat uit 10 trainingssessies van een uur over een periode van 5 weken.


Schema


Meting vooraf
• MRI
• Loop en balans testen


Week 1 t/m 5
• Looptraining • 2 x 1 uur


Meting achteraf
• MRI
• Loop en balans testen



Vergoeding?


De reis- en parkeerkosten welke u maakt om deel te nemen aan het onderzoek worden door ons vergoed.

Waar?


De looptesten en de looptraining vinden plaats op de revalidatie afdeling van het Radboud UMC. De MRI scans worden gemaakt in het Donders centrum voor cognitieve neuroimaging van de Radboud universiteit.


Geïnteresseerd?


Meldt u zich dan per e-mail aan bij Karen Huisman (k.huisman@donders.ru.nl), in de onderwerpsregel: looptraining als behandeling of u belt naar 024-3668488.















woensdag 29 april 2015

Werkgroep klinisch onderzoek SCA (PolyQ)-aandoeningen

Op 28 april zijn de leden van de werkgroep voor het eerst bij elkaar geweest om te praten over een klinisch onderzoek in Nederland van BioBlast Pharma.

De werkgroep bestaat uit de volgende personen:

  • ·      Dr. B. Van de Warrenburg (neuroloog, Radboud UMC)
  • ·      Dr. J. De Vries (neuroloog, UMCG)
  • ·      Dr. C. Verschuuren-Bemelmans (klinisch geneticus, UMCG)
  • ·      Dr. H. Engel (klinisch chemicus, Isala Zwolle) (familie van SCA1 patiënten)
  • ·      Drs. C. Van Doorne (medisch bioloog) (familie van SCA6 patiënten)
  • ·      H. Van Lambalgen (secretaris, ADCA Vereniging)


De uitgangspunten verschillen behoorlijk van wat er besproken is met BioBlast in Londen gedurende het euro-Ataxia congres in maart dit jaar.

SCA3 fase 3 klinische studie


De studie vindt plaats in 4 centra en wordt volledig gefinancierd en georganiseerd door BioBlast.

  • ·      Bonn (Duitsland) – 15 patiënten
  • ·      Londen (Engeland) – 15 patiënten
  • ·      Californië (USA) – 20 patiënten
  • ·      Boston (USA) – 20 patiënten


We kunnen in Nederland niet als een vijfde centrum meedoen. De aantallen patiënten die mee kunnen doen liggen vast. Er kunnen dus geen extra patiënten instromen.

SCA1, SCA2 en SCA6 fase 3 klinische studie


In Londen is besproken dat Nederland samen met de groepen in Bonn en Londen een fase 3 studie zouden doen naar SCA1, SCA2 en SCA6. Dit blijkt nu niet zo te zijn. Bonn en Londen doen vooralsnog niet mee.

SCA6 valt helemaal af. Dit omdat de progressie van SCA6 ten opzichte van SCA1, SCA2 en SCA3 veel langzamer is. Je zou dan, om een statische verantwoorde uitspraak te kunnen doen over de effectiviteit van Trehalose (Cabaletta), de patiënten twee jaar lang een infuus moeten toedienen. Dit is op dit moment ethisch niet verantwoord.

Voorstel BioBlast


BioBlast wil heel graag een SCA1 en SCA2 studie in Nederland/Vlaanderen met name vanwege het snelst progressieve verloop van SCA1. Met andere woorden – als Trehalose effectief is dan zal dit het makkelijkst aan te tonen zijn bij SCA1 patiënten.

Het idee van BioBlast is dat de studie in Nederland een “investigator initiated study” zal worden. De studie wordt dan gestart en gemanaged door een professional waarbij BioBlast volledig support zal verlenen zoals voor de medicatie, het protocol en dergelijke.

Het betreft dan een kleine studie met 10 tot 20 patiënten voor SCA1 en hetzelfde aantal voor SCA2, waarvan 2/3 werkelijk het infuus zal krijgen en 1/3 niet (placebogroep).


Werkgroep


De werkgroep maakt zich zorgen over het kleine aantal patiënten dat meedoet aan de verschillende studies. Bij een klein aantal patiënten is het moeilijker om de effectiviteit van een behandeling aan te tonen. We gaan hierover in overleg met BioBlast waarbij we ook blijven proberen om te participeren als 5e centrum in de SCA3 studie.

Er zal contact opgenomen worden met Dr. Thomas Klockgether in Bonn en Dr. Paola Giunti in Londen om het punt van geringe aantallen te bespreken en om te bespreken of zij hun studie misschien ook willen uitbreiden met SCA1 en/of SCA2. We gaan ook met BioBlast bespreken of zij dit willen ondersteunen en managen.

De werkgroep maakt zich zorgen over het feit dat de studie niet “full sponsored” is door BioBlast. Het is een dure studie vanwege de wekelijkse infusen, het reizen van de patiënten en de maandelijkse controle (o.a. SARA scores). Ook is het op deze manier noodzakelijk om de ethische commissie van het ziekenhuis te overtuigen om goedkeuring aan het onderzoek te geven. De werkgroep verwacht hier problemen. We gaan met BioBlast bespreken of ze de studie volledig willen sponsoren en managen.



zaterdag 11 april 2015

Versnelde procedure Cabaletta bij OPMD patiënten

Dit artikel bevat wat nieuwe informatie over de ontwikkelingen rond Cabaletta. Cabaletta is een medicijn dat ontwikkeld en nu getest wordt door BioBlast Pharmaceuticals. Onderzoek van Cabaletta bij OPMD patiënten loopt voor op onderzoek van Cabaletta bij SCA patienten. Cabaletta zou de achteruitgang bij SCA 1, 2, 3, 6, 7, en 17 etc kunnen afremmen.

Op 9 april heeft BioBlast Pharmaceutical een persbericht doen uitgaan.

De Amerikaanse Food and Drug Administration heeft toestemming gegeven voor een versnelde procedure voor Cabaletta bij OPMD (oculopharyngeale spierdystrofie) patiënten - een ziekte waarbij de spierkracht van voornamelijk de ogen en keel afneemt door afbraak van spiercellen.

OPMD is een zeldzame spierziekte waarvoor nog geen genezing of therapie is. BioBlast houdt op dit moment een fase 2/3 studie om de werkzaamheid van Cabaletta te onderzoeken.

Wat houdt een versnelde procedure in?


De  versnelde procedure is ingesteld om de ontwikkeling van geneesmiddelen voor ernstige aandoeningen te vergemakkelijken en een belangrijk nieuw geneesmiddel eerder bij de patiënt te krijgen. Het is bij een versnelde procedure dan mogelijk om veel eerder en vaker in contact te treden met de FDA (Food and Drug Administration). De FDA beslist over de uiteindelijke goedkeuring van een medicijn en de toelating tot de markt. Door deze versnelde procedure zal het hele proces tot goedkeuring sneller zijn. Vanaf het begin is er dan samenwerking met de FDA over het verzamelen van de benodigde gegevens van het onderzoek, de opzet van het onderzoek, versnelde goedkeuring procedure en zelfs voorrang bij de administratieve procedure van het geneesmiddel.


Wanneer komt een geneesmiddel in aanmerking voor een versnelde procedure?


Er moet sprake zijn van een ernstige aandoening waarvoor nog geen behandeling mogelijk is.

  • Ernstige aandoening
Zal het geneesmiddel invloed hebben op overleving, dagelijks functioneren, of progressie van de ziekte?

  • Geen behandeling mogelijk
Het geneesmiddel moet de potentie hebben om de aandoening waarvoor nog geen behandeling is te voorkomen of te behandelen.


Conclusie


Er is nu een grotere kans dat ALS Cabaletta bij OPMD patiënten goede resultaten laat zien dat het geneesmiddel sneller goedgekeurd wordt. Hopenlijk zal dan ook het onderzoek van Cabaletta bij SCA1, SCA2, SCA3 en SCA6 de versnelde procedure in kunnen.














maandag 30 maart 2015

Klinische studies naar Cabaletta in Europa

Het is nog niet precies bekend op welke lokaties het onderzoek zal plaatsvinden en wat de criteria voor deelname zullen zijn. Zogauw er meer bekend is zal ik het publiceren. Ook zal er later meer informatie komen over de precieze behandeling en belastbaarheid. Er zal een informatiebijeenkomst georganiseerd worden.
Ook Belgische patiënten kunnen deelnemen. 
-----------------------------------------------------------------

Henk Engel en ik, Cathalijne van Doorne, hebben voorafgaand aan het euro-Ataxie congres contact gezocht met BioBlast (Israël). Tijdens het euro-Ataxie congres hebben wij een heel goed gesprek gehad met als resultaat dat Nederlandse en Belgische patiënten met SCA1, SCA2, SCA3 en SCA6 via een nader te bepalen ziekenhuis mogen deelnemen.

Het bedrijf BioBlast zal voor een aantal SCAs klinische studies met Cabaletta op verschillende plaatsen in Europa initiëren. De planning is dat de onderzoeken nog dit jaar zullen starten.

De veiligheid is al getest en akkoord bevonden. De IND (Investigational New Drug Application) heeft Cabaletta goedgekeurd. Het doel van de nieuwe fase van het onderzoek is het nagaan of het geneesmiddel inderdaad een positieve werking heeft op ataxie.

Welke SCA's en waarom?


Er zal onderzocht worden of Cabaletta de progressie van een aantal polyQ ataxieën kan vertragen. Hiervoor zijn de meest voorkomende gekozen namelijk SCA1, SCA2, SCA3 en SCA6. 

De polyQ aandoeningen hebben allemaal een verlengd stukje DNA. Hierdoor maakt de cel een eiwit dat klontert. Deze klontering is giftig voor de cel waardoor de cel afsterft. 

In een proefdier model is aangetoond dat Cabaletta die klontering kan opruimen en voorkomen en zo het afsterven van de cel kan vertragen. 

Waar? 


SCA1   -   Nederland, Duitsland (Bonn), Engeland (Londen)
SCA2   -   Nederland, Duitsland (Bonn), Engeland (Londen)
SCA3   -   Duitsland (Bonn), Engeland (Londen)
SCA6   -   Nederland, Duitsland (Bonn), Engeland (Londen)


Wat is Cabaletta? 


Cabaletta is de naam die BioBlast gegeven heeft aan Trehalose. Trehalose is een suiker en komt van nature niet voor in mensen. Het was al langer bekend dat Trehalose binnen een cel de klontering van eiwitten kan tegengaan. De moeilijkheid tot nu toe was dat het heel moeilijk is om Trehalose in de hersencel te krijgen. Via de mond zou je enorme hoeveelheden moeten toedienen. Het nadeel daarvan is dat je dan enorme buikloop krijgt en dat de darmen dan geen voedingsmiddelen meer opnemen.

Dit probleem is overwonnen door Trehalose intraveneus toe te dienen in enorme hoeveelheden. Het merendeel voert het lichaam af via de urine. Maar er gaat ook een deel van de Trehalose naar de cellen. En is de Trehalose eenmaal in de cel dan blijft het daar op zijn minst 72 uur.

Goed onderzocht is al of de grote hoeveelheid suiker geen invloed heeft op de suikerhuishouding en insuline productie bij mensen. Uit het onderzoek blijkt dat dit niet het geval is.

Wat houdt het onderzoek in? 


Het patiëntenonderzoek zal 54 weken duren. Gedurende dit jaar zullen de patiënten één keer per week naar de kliniek moeten voor intraveneuze toediening van Cabaletta. Eén keer per maand zal onder andere de SARA score bepaald worden door een gespecialiseerde neuroloog.

Zoals bij veel onderzoeken zal er één groep behandeld worden en een andere groep als controle dienen. De verhouding is 2 op 1 - tegen elke 2 patiënten die behandeld worden staat 1 patiënt die als controle dient.

BioBlast vindt het ethisch niet juist om de controle groep gedurende een jaar wekelijks een "nep"infuus te geven. Dat gebeurt niet. Je weet dus als patiënt dat je in de controle groep zit en dat je geen Cabaletta krijgt toegediend. Wel is belangrijk dat de patiënten van de controle groep elke maand naar de neuroloog gaan om dezelfde tests te ondergaan als de behandelde patiënten. Dit om de achteruitgang te kunnen meten. Als tegemoetkoming voor het deelnemen aan de controle groep zal deze groep na een jaar het geneesmiddel kunnen krijgen (zonder kosten) mits het natuurlijk is aangetoond dat de progressie van de SCA vertraagt. Patiënten die wel Cabaletta hebben gehad kunnen ook na 54 weken het geneesmiddel zonder kosten blijven gebruiken als aangetoond is dat het de progressie vertraagt. BioBlast beloont hiermee de patienten voor deelname aan de klinische studie.

Het bedrijf BioBlast zal de patiënten ook zo veel mogelijk faciliteren door de taxikosten naar de neuroloog te vergoeden.


Wie kan er meedoen? 


  • SCA1, SCA2, SCA6 patiënten.
  • SCA3 patiënten die het geen probleem vinden om naar Bonn te reizen (dit moet nog geregeld worden met de neuroloog van Bonn) kunnen mogelijk ook deelnemen
  • Deelnemers moeten nog een tiental meter kunnen lopen (met stok of rollator is geen probleem).
  • Deelnemers mogen geen suikerziekte hebben.


Geïnteresseerd?


Stuur dan een mail naar cathalijne.van.doorne@telenet.be onder vermelding van soort SCA, geboortedatum en adres en telefoonnummer. Er zal zo snel mogelijk een projectteam opgericht worden bestaande uit een neuroloog, klinisch geneticus, Henk Engel en ik. Aan de ADCA Vereniging Nederland is gevraagd of zij willen deelnemen.